Je ziet ze overal: kinderen met grote rugtassen op de fiets, ouders in nette jassen en ouderen met elektrische ondersteuning. Ze hebben allemaal één ding met elkaar gemeen: ze fietsen met plezier. Internationaal staat Nederland bekend als fietsland nummer 1, met prachtige fietspaden, voorrang voor fietsers op veel wegen, en met liefde voor de stalen ros. Maar hoe is dat eigenlijk zo gekomen?
De fiets was een luxeobject
Zo rond de negentiende eeuw verschenen de eerste fietsen in Nederland. Eigenlijk waren ze vooral bedoeld voor de elite. Dus zag je vooral hoge herenfietsen met enorme voorwielen. Ze waren duur, onpraktisch en vooral een manier om te laten zien dat je geld had. Fietsen was iets voor sportieve mannen met veel vrije tijd. Arbeiders en vrouwen waren eigenlijk zo goed als uitgesloten van het plezier. Toch sloot dit nieuwe vervoermiddel goed aan bij het vlakke Nederlandse landschap. Een mooie manier om korte afstanden tussen dorpen en steden te overbruggen.
Op een gegeven moment werd de ‘veiligheidsfiets’ uitgevonden. Dat was een exemplaar met twee gelijke wielen en een kettingaandrijving. Door de jaren heen werd er enorm gesleuteld aan de fiets. Dat kwam ook de kosten ten goede: de fiets werd steeds betaalbaarder en toegankelijker. Zo rond de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw was de fiets eindelijk redelijk betaalbaar en toegankelijk. Het aantal fietsen groeide dan ook explosief. De fiets was niet langer een statussymbool, maar een praktische manier om minder afhankelijk te zijn, sneller op het werk te komen en de wereld wat groter te maken dan je eigen straat.
Een fiets voor iedereen
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de fiets een nieuwe betekenis. Auto’s waren toen nog relatief duur en onbereikbaar voor de ‘gewone man’. De fiets, daarentegen, was betaalbaar en betrouwbaar. Terwijl Nederland werd herbouwd, moest er een manier worden gevonden om gemakkelijk van A naar B te komen. Dat werd dus de fiets. Iedereen kon ermee overweg. Zowel mannen als vrouwen en zowel arm als rijk. De fiets was niet langer een luxe object, maar een vervoersmiddel voor iedereen.
De fiets werd steeds meer verweven in de Nederlandse cultuur. Het paste bij onze identiteit: nuchter en zuinig. Precies zoals Nederland vandaag de dag nog steeds is. Fietsmandje van een voordelige fietswinkel als Hollandbikeshop.com op je fiets, en gaan! Andere landen omarmden de auto als symbool van vooruitgang, maar onze voorliefde voor de fiets bleef bestaan. Niet voor niets: Nederland was vroeger al een compact land. De fiets bleek vaak sneller dan de auto.
De strijd om de straat
In de jaren zestig en zeventig werd de fiets een stuk minder geliefd. Auto’s namen massaal de straat over. De verkeersveiligheid werd een groeiend probleem. Fietsen werd ineens gevaarlijk en minder aantrekkelijk. Steden investeerden minder in fietspaden, of ze werden ondergeschikt gemaakt aan autoverkeer.
Voor actiegroepen was dat onverteerbaar. Ze brachten de verkeersveiligheid en de leefbaarheid terug op de politieke agenda. Met succes, want gemeenten zagen de nood om weer ruimte te geven aan fietsers. Dat gebeurde met de aanleg van aparte fietspaden en verkeersluwe zones. De geschiedenis herhaalt zich, want meer mensen gaan tijdelijk rijden, en hebben niet standaard een auto voor de deur.
De nationale trots
Sinds de jaren tachtig werd de fietsinfrastructuur verbeterd. De overheid investeerde constant in nieuwe fietsroutes, veilige kruisingen en goede stallingen. Daarbij maakte de politieke kleur niet uit. Fietsen was gewoon een onderdeel van de Nederlandse cultuur. Bovendien had het een versterkend effect: betere voorzieningen zorgden ervoor dat meer mensen gingen fietsen.

Hoe meer mensen fietsen, hoe meer vanzelfsprekend verdere investeringen worden. Daardoor kon de fiets uitgroeien tot de nationale trots van Nederland. Een symbool waar we nog lang niet vanaf willen. Want de geschiedenis herhaalt zich. Terwijl de auto te veel aandacht heeft gekregen, met alle gevolgen van dien, groeit de nood om weer te fietsen. Een auto is immers vervuilend, en sommige steden worden zelfs autoluw. Een fiets is een duurzaam alternatief, en in veel steden nu zelfs dé manier om je door de stad te bewegen.
Fietsen als topsport
Was fietsen vroeger vooral praktisch, is het nu ook uitgegroeid tot een echte sport. Denk maar aan wielrennen, mountainbiken en BMX’en. Voor al deze sporten is er nu een breed publiek. Toch blijft de scheidslijn tussen sport en dagelijks gebruik dun. De fiets hoeft niet meer speciaal te zijn om betekenis te hebben. Het behoort nog altijd tot ons dagelijks leven. Fietsen is iets wat je doet, zonder dat je erbij stilstaat.
Vandaag de dag is de fiets onderdeel van discussies over het klimaat, gezondheid en de leefbaarheid in Nederland. De overheid kwam daarom met een campagne om fietsen weer aan te moedigen. Elektrische fietsen hebben gezorgd voor een bredere doelgroep, van ouderen tot kinderen. De fiets blijft herkenbaar, maar groeit ook mee met de huidige tijd. Daarom fietsen we ook in het jaar 2100 nog. Althans, dat valt te verwachten!

